BWBR0013782
Artikel 4
Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002
1 Geen betaling is verschuldigd indien het betreft de verklaring van optie of het verzoek
tot naturalisatie van een persoon die ingevolge de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld.
2 Onze Minister kan ontheffing verlenen van de verplichting tot betaling van het verschuldigde
bedrag, indien het betreft het verzoek tot naturalisatie:
a. van een minderjarige die zelfstandig een verzoek indient;
b. van een persoon die ingevolge een administratieve vergissing reeds meer dan een jaar
als Nederlander is aangemerkt;
c. van een persoon die op grond van het staatsbelang of van zijn verdiensten voor de
staat genaturaliseerd wordt.
3 Het tweede lid, aanhef en onder a en b, is van overeenkomstige toepassing op de behandeling
van een verklaring van optie.
4 Geen ontheffing wordt verleend indien de vergissing, bedoeld in het tweede lid, onder
b, het gevolg is van frauduleus of onzorgvuldig handelen van de verzoeker.
5 Onze Minister kan de bevoegdheid, bedoeld in het tweede en derde lid, mandateren aan
degene bij wie de verklaring van optie moet worden afgelegd of het verzoek tot naturalisatie
moet worden ingediend. Met betrekking tot buiten het Koninkrijk afgelegde verklaringen
van optie en ingediende verzoeken tot naturalisatie, kan Onze Minister in overeenstemming
met Onze Minister van Buitenlandse Zaken de bevoegdheid, bedoeld in het tweede en
derde lid, mandateren aan de hoofden van de diplomatieke en consulaire posten.
tot naturalisatie van een persoon die ingevolge de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld.
2 Onze Minister kan ontheffing verlenen van de verplichting tot betaling van het verschuldigde
bedrag, indien het betreft het verzoek tot naturalisatie:
a. van een minderjarige die zelfstandig een verzoek indient;
b. van een persoon die ingevolge een administratieve vergissing reeds meer dan een jaar
als Nederlander is aangemerkt;
c. van een persoon die op grond van het staatsbelang of van zijn verdiensten voor de
staat genaturaliseerd wordt.
3 Het tweede lid, aanhef en onder a en b, is van overeenkomstige toepassing op de behandeling
van een verklaring van optie.
4 Geen ontheffing wordt verleend indien de vergissing, bedoeld in het tweede lid, onder
b, het gevolg is van frauduleus of onzorgvuldig handelen van de verzoeker.
5 Onze Minister kan de bevoegdheid, bedoeld in het tweede en derde lid, mandateren aan
degene bij wie de verklaring van optie moet worden afgelegd of het verzoek tot naturalisatie
moet worden ingediend. Met betrekking tot buiten het Koninkrijk afgelegde verklaringen
van optie en ingediende verzoeken tot naturalisatie, kan Onze Minister in overeenstemming
met Onze Minister van Buitenlandse Zaken de bevoegdheid, bedoeld in het tweede en
derde lid, mandateren aan de hoofden van de diplomatieke en consulaire posten.