BWBR0013782
Artikel 2
Besluit optie- en naturalisatiegelden 2002
1 Voor de behandeling van een verklaring van optie is in het Europese deel van Nederland
een bedrag van 168 euro verschuldigd, in Curaçao en Sint Maarten een bedrag van 373
Nederlands-Antilliaanse gulden, in een openbaar lichaam een bedrag van 207 USD en
in Aruba een bedrag van 373 Arubaanse florin.
2 In geval van gelijktijdige verklaringen van optie van twee met elkaar gehuwde personen,
van twee geregistreerde partners of van twee ongehuwden die in een duurzame relatie
anders dan het huwelijk of geregistreerd partnerschap samenleven, is voor de behandeling
van de verzoeken in het Europese deel van Nederland een bedrag van 286 euro verschuldigd,
in Curaçao en Sint Maarten een bedrag van 634 Nederlands-Antilliaanse gulden , in
een openbaar lichaam een bedrag van 353 USD en in Aruba een bedrag van 634 Arubaanse
florin.
3 Indien bij behandeling van een verklaring van optie als bedoeld in het eerste of tweede
lid beoogd wordt een minderjarige te laten delen in de verkrijging van het Nederlanderschap
als bedoeld in artikel 6, achtste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, wordt het verschuldigde bedrag in het Europese deel van Nederland vermeerderd met
een bedrag van 20 euro per kind, in Curaçao en Sint Maarten een bedrag van 44 Nederlandse-Antilliaanse
gulden, in een openbaar lichaam een bedrag van 25 USD en in Aruba een bedrag van 44
Arubaanse florin.
een bedrag van 168 euro verschuldigd, in Curaçao en Sint Maarten een bedrag van 373
Nederlands-Antilliaanse gulden, in een openbaar lichaam een bedrag van 207 USD en
in Aruba een bedrag van 373 Arubaanse florin.
2 In geval van gelijktijdige verklaringen van optie van twee met elkaar gehuwde personen,
van twee geregistreerde partners of van twee ongehuwden die in een duurzame relatie
anders dan het huwelijk of geregistreerd partnerschap samenleven, is voor de behandeling
van de verzoeken in het Europese deel van Nederland een bedrag van 286 euro verschuldigd,
in Curaçao en Sint Maarten een bedrag van 634 Nederlands-Antilliaanse gulden , in
een openbaar lichaam een bedrag van 353 USD en in Aruba een bedrag van 634 Arubaanse
florin.
3 Indien bij behandeling van een verklaring van optie als bedoeld in het eerste of tweede
lid beoogd wordt een minderjarige te laten delen in de verkrijging van het Nederlanderschap
als bedoeld in artikel 6, achtste lid, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, wordt het verschuldigde bedrag in het Europese deel van Nederland vermeerderd met
een bedrag van 20 euro per kind, in Curaçao en Sint Maarten een bedrag van 44 Nederlandse-Antilliaanse
gulden, in een openbaar lichaam een bedrag van 25 USD en in Aruba een bedrag van 44
Arubaanse florin.