1. Onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwettreedt deze wet in werking met ingang van 1 september 2002, met dien verstande dat de bepalingen, genoemd in het tweede tot en met zesde lid, in werking treden met ingang van de in die leden vermelde tijdstippen.
2. Onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwettreedt artikel I, onderdeel CCC, in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst, met dien verstande dat dit onderdeel met uitzondering van de artikelen 17a.2, 17a.2a, 17a.2b, 17a.2c, 17a.3, 17a.11 en 17a.13, tweede lid, voor het eerst betrekking heeft op het studiejaar 2002–2003.
3. Artikel III, onderdelen Aa, HH en II, treedt in werking met ingang van 1 september 2004.
4. Artikel III, onderdelen I, Na en QQa, en de artikelen IIIa, Va, VIIaen IXbtreden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
5. Onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwettreedt artikel IXain werking met ingang van 31 augustus 2002.
6. Onder toepassing van
artikel 16 van de Tijdelijke referendumwettreedt artikel IXcin werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin deze wet wordt geplaatst.