1. De subsidie bedraagt 75% van de subsidiabele kosten.
2. Indien voor de cursus of een gedeelte daarvan reeds uit anderen hoofde een uit overheidsmiddelen bekostigde subsidie is verstrekt, wordt slechts een zodanig bedrag aan subsidie verstrekt dat het totale subsidiebedrag niet meer bedraagt dan 75% van de subsidiabele kosten.
3. Als subsidiabele kosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:
a. de loonkosten van door de aanvrager binnen de cursus gemaakte contacturen, vermeerderd met een opslag van 40% van die loonkosten, en
b. de kosten van de verklaring van de accountant, bedoeld in artikel 19 voor zover deze niet meer bedragen dan € 2.500,-.
4. De loonkosten voor binnen de cursus gemaakte contacturen, bedoeld in het eerste lid, bedragen voor bestaande cursussen anderhalf maal het bruto uurloon, berekend op basis van carrièrepatronen leraren, schaal C. Voor nieuw ontwikkelde cursussen bedragen de loonkosten vier maal het bruto uurloon, bedoeld in de vorige volzin.
5. De minister kan met redenen omkleed voor bepaalde thema's afwijken van het subsidiepercentage, genoemd in het eerste lid. Hij maakt hiervan melding in de Kaderbrief.