1. De minister verstrekt aan de TU Delft jaarlijks een subsidie voor de bijdrage die door de sectie wordt geleverd aan de kennisontwikkeling en -overdracht op het terrein van het verkeer en vervoer.
2. De subsidie omvat naast een bijdrage in de salariskosten, tevens een bijdrage in de kosten van de leerstoel. Deze kosten betreffen een gedeelte van het salaris dat aan de leerstoel verbonden is.
3. Het subsidieplafond voor de salariskosten bedraagt jaarlijks € 125.000.
4. De leerstoel wordt jaarlijks voor € 13.614 gesubsidieerd.
1. De aanvraag tot subsidieverlening wordt gericht aan de minister en ingediend bij de Directeur-Generaal Goederenvervoer, Postbus 20904, 2500 EX Den Haag.
2. De in het eerste lid bedoelde aanvraag wordt uiterlijk een maand voor de aanvang van het boekjaar ingediend, met uitzondering van de aanvraag voor het boekjaar 2002 die binnen vier weken na de inwerkingtreding van deze regeling wordt ingediend.
3. De aanvraag gaat vergezeld van een liquiditeitsbegroting ten behoeve van de voorschotverlening, bedoeld in artikel 7.
De minister kan bij de subsidieverlening bepalen dat de TU Delft tussentijds verslag uitbrengt over de door de sectie ondernomen activiteiten ten aanzien van kennisontwikkeling en -overdracht op het terrein van verkeer en vervoer.
De minister kan op aanvraag van de TU Delft ieder kwartaal een voorschot verlenen. De hoogte van het voorschot wordt bepaald aan de hand van de bij de aanvraag voor subsidieverlening gevoegde liquiditeitsbegroting, met dien verstande dat het voorschot per kwartaal niet meer dan 20% van het verleende subsidiebedrag bedraagt.
1. De aanvraag tot subsidievaststelling wordt binnen vier weken na afloop van het boekjaar ingediend.
2. De aanvraag gaat vergezeld van een overzicht van het studentenbestand over het jaar waarop de in het eerste lid bedoelde aanvraag betrekking heeft.
3. De verklaring van de accountant, bedoeld in art. 4.78, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht voldoet aan het als bijlagebij deze regeling opgenomen model controleprotocol subsidies.
1. De minister geeft een beschikking tot subsidievaststelling binnen zes weken nadat de in artikel 8, eerste lid, bedoelde aanvraag volledig is ontvangen.
2. Indien de beschikking niet binnen zes weken kan worden gegeven, stelt de minister de TU Delft daarvan in kennis en noemt de minister daarbij een redelijke termijn waarbinnen de beschikking wordt gegeven.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2002. Deze regeling vervalt met ingang van 1 januari 2005.