BWBR0013618
Artikel 2
Rijkswet op de consulaire tarieven
1 De belanghebbende is aan Onze Minister dan wel indien dat bij algemene maatregel van
rijksbestuur is bepaald aan de Gevolmachtigde Minister een bij of krachtens algemene
maatregel van rijksbestuur te bepalen vergoeding verschuldigd voor het verlenen van
de bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur aangeduide diensten met betrekking
tot:
a. de uitoefening van de bij of krachtens de Consulaire Wet aan consulaire ambtenaren verleende bevoegdheden,
b. het verstrekken van consulaire verklaringen met het oog op het vervoeren van een stoffelijk
overschot of een urn,
c. het verstrekken van verklaringen omtrent de burgerlijke staat en andere de persoon
betreffende gegevens die tot bewijs strekken,
d. het verlenen van bijstand, zoals bemiddeling bij het oplossen van financiële en andere
de belanghebbende betreffende problemen die verband houden met het verblijf in het
buitenland,
e. het verschaffen van informatie en het bemiddelen bij het verkrijgen daarvan anders
dan in het kader van de toepassing van de Wet openbaarheid van bestuur,
f. het legaliseren en verifiëren van documenten en het bemiddelen bij het doen legaliseren
en verifiëren van documenten,
g. het bemiddelen met het oog op het verrichten van rechtshandelingen en het verstrekken
van verklaringen en andere documenten ten behoeve van belanghebbende door de bevoegde
instanties van andere mogendheden,
h. de verlening van visa en
i. overige diensten verleend door Onze Minister dan wel de Gevolmachtigde Minister.
2 De bepaling van de onderscheiden vergoedingen op grond van het eerste lid geschiedt
zoveel mogelijk op grondslag van de werkelijke kosten die de gebruikelijke dienstverrichting
meebrengt.
3 In afwijking van het eerste lid kunnen de diensten en de daarvoor in rekening te brengen
vergoeding bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden aangeduid respectievelijk
vastgesteld, indien Onze Minister de dienst in Nederland verricht.
rijksbestuur is bepaald aan de Gevolmachtigde Minister een bij of krachtens algemene
maatregel van rijksbestuur te bepalen vergoeding verschuldigd voor het verlenen van
de bij of krachtens algemene maatregel van rijksbestuur aangeduide diensten met betrekking
tot:
a. de uitoefening van de bij of krachtens de Consulaire Wet aan consulaire ambtenaren verleende bevoegdheden,
b. het verstrekken van consulaire verklaringen met het oog op het vervoeren van een stoffelijk
overschot of een urn,
c. het verstrekken van verklaringen omtrent de burgerlijke staat en andere de persoon
betreffende gegevens die tot bewijs strekken,
d. het verlenen van bijstand, zoals bemiddeling bij het oplossen van financiële en andere
de belanghebbende betreffende problemen die verband houden met het verblijf in het
buitenland,
e. het verschaffen van informatie en het bemiddelen bij het verkrijgen daarvan anders
dan in het kader van de toepassing van de Wet openbaarheid van bestuur,
f. het legaliseren en verifiëren van documenten en het bemiddelen bij het doen legaliseren
en verifiëren van documenten,
g. het bemiddelen met het oog op het verrichten van rechtshandelingen en het verstrekken
van verklaringen en andere documenten ten behoeve van belanghebbende door de bevoegde
instanties van andere mogendheden,
h. de verlening van visa en
i. overige diensten verleend door Onze Minister dan wel de Gevolmachtigde Minister.
2 De bepaling van de onderscheiden vergoedingen op grond van het eerste lid geschiedt
zoveel mogelijk op grondslag van de werkelijke kosten die de gebruikelijke dienstverrichting
meebrengt.
3 In afwijking van het eerste lid kunnen de diensten en de daarvoor in rekening te brengen
vergoeding bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden aangeduid respectievelijk
vastgesteld, indien Onze Minister de dienst in Nederland verricht.