BWBR0013604
Artikel 5
Besluit naturalisatietoets
1 Indien de verzoeker de naturalisatietoets met goed gevolg heeft afgelegd, wordt hem
in het Europese deel van Nederland uitgereikt het diploma, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inburgering, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021 in werking treedt dan wel het inburgeringsdiploma, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten
in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430) met daarop de vermelding dat de vaardigheden in de Nederlandse taal
op het niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen zijn verworven,
en in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten een certificaat. Op het
certificaat worden de onderdelen vermeld, die door de verzoeker met goed gevolg zijn
afgelegd. Bij ministeriële regeling wordt voor het certificaat een model vastgesteld.
2 Het in het eerste lid bedoelde diploma alsmede het certificaat met de aantekening
dat de verzoeker beschikt over de vereiste kennis van de Nederlandse taal worden in
het kader van een verzoek om naturalisatie in het gehele Koninkrijk erkend.
3 Het certificaat met de aantekening dat de verzoeker beschikt over de vereiste kennis
van de Engelse of Papiamentse taal wordt in het kader van zijn verzoek om naturalisatie
alleen erkend op de eilanden waar die taal naast het Nederlands gangbaar is.
in het Europese deel van Nederland uitgereikt het diploma, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel g, van de Wet inburgering, zoals die wet luidde onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de Wet inburgering 2021 in werking treedt dan wel het inburgeringsdiploma, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van de Wet inburgering zoals die wet luidde voor de inwerkingtreding van de wet van 13 september 2012 tot wijziging van de Wet inburgering en enkele andere wetten
in verband met de versterking van de eigen verantwoordelijkheid van de inburgeringsplichtige (Stb. 2012, 430) met daarop de vermelding dat de vaardigheden in de Nederlandse taal
op het niveau A2 van het Europees Raamwerk voor Moderne Vreemde Talen zijn verworven,
en in een openbaar lichaam, Aruba, Curaçao of Sint Maarten een certificaat. Op het
certificaat worden de onderdelen vermeld, die door de verzoeker met goed gevolg zijn
afgelegd. Bij ministeriële regeling wordt voor het certificaat een model vastgesteld.
2 Het in het eerste lid bedoelde diploma alsmede het certificaat met de aantekening
dat de verzoeker beschikt over de vereiste kennis van de Nederlandse taal worden in
het kader van een verzoek om naturalisatie in het gehele Koninkrijk erkend.
3 Het certificaat met de aantekening dat de verzoeker beschikt over de vereiste kennis
van de Engelse of Papiamentse taal wordt in het kader van zijn verzoek om naturalisatie
alleen erkend op de eilanden waar die taal naast het Nederlands gangbaar is.