1. De minister verstrekt projectsubsidie voor lokale en regionale activiteiten tijdens de Week van het leren,
die bijdragen aan de promotie van het leren door volwassenen en die aansluiten op de landelijke campagne die in het kader van de Week van het leren wordt gevoerd.
2. De activiteiten, bedoeld in het eerste lid, kunnen, voor zover zij bijdragen aan de promotie van het leren door volwassenen, het volgende omvatten:
a. het organiseren van open dagen, promotieactivitei-ten en manifestaties;
b. het uitreiken van prijzen voor prestaties in het volwassenenonderwijs;
c. het verspreiden van promotiemateriaal.
1. De minister verstrekt de subsidie aan een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid.
2. De subsidieontvanger maakt deel uit van een samenwerkingsverband met tenminste twee partners, die deelnemen aan de activiteiten, bedoeld in artikel 2.
1. De minister verleent de subsidie op aanvraag.
2. De aanvraag bevat in ieder geval:
a. een activiteitenplan;
b. een begroting van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten;
c. een schriftelijke verklaring van de partners, bedoeld in artikel 3, dat aan de in het activiteitenplan omschreven activiteiten wordt deelgenomen, en
d. een vermelding van het bank- of gironummer van de subsidieaanvrager.
3. De subsidieaanvrager dient de aanvraag voor 1 mei 2002 in bij CINOP, Postbus 1585, 5200 BP
1. De minister verdeelt het beschikbare bedrag aan de hand van:
a. de bijdrage die de activiteiten aan de promotie van het leren door volwassenen leveren en de mate waarin deze aansluiten op de landelijke campagne die in het kader van de Week van het leren wordt gevoerd, en
b. een evenwichtige regionale spreiding van de activiteiten.
2. Indien twee of meer aanvragen in dezelfde mate voldoen aan de criteria, bedoeld in het eerste lid, is de volgorde van ontvangst van de subsidieaanvragen bepalend.
1. De minister beslist over de subsidieverlening mede op basis van het advies van CINOP.
2. CINOP neemt bij het uitbrengen van het advies de criteria, bedoeld in artikel 7, in acht.