1. Het recht zoals het gold vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet blijft van toepassing ten aanzien van:
a. besluiten die zijn aangevraagd vóór dat tijdstip;
b. ambtshalve te nemen besluiten waarvan het ontwerp ingevolge wettelijk voorschrift vóór dat tijdstip ter inzage is gelegd;
c. overige ambtshalve te nemen besluiten die binnen dertien weken na dat tijdstip zijn bekendgemaakt;
d. besluiten omtrent goedkeuring van een besluit als bedoeld onder a, b of c;
e. besluiten op grond van de Herinrichtingswet Oost-Groningen en Gronings-Drentse Veenkoloniën en de Reconstructiewet Midden-Delfland.
2.
Afdeling 7.1 van de Algemene wet bestuursrechtvindt geen toepassing ten aanzien van geschillen die betrekking hebben op besluiten die zijn voorbereid met toepassing van
afdeling 3.5 van die wet, zoals die afdeling luidde vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, en zijn bekendgemaakt op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
3.
Afdeling 7.1 van de Algemene wet bestuursrecht, zoals die afdeling luidde vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing ten aanzien van geschillen die betrekking hebben op besluiten die zijn voorbereid met toepassing van
afdeling 3.4 van die wet, zoals die afdeling luidde vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet, en zijn bekendgemaakt op of na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.
4.
Afdeling 7.1 van de Algemene wet bestuursrechtblijft eveneens van toepassing ten aanzien van geschillen die betrekking hebben op andere dan de in het tweede of derde lid bedoelde besluiten waarop na de inwerkingtreding van deze wet
afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrechtvan toepassing is, indien deze besluiten zijn bekendgemaakt vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet.