BWBR0013342
Geldig vanaf 2026-04-14
Artikel 8.4
Vissersvaartuigenbesluit 2002
Oefening in noodprocedures ... De bemanning is voldoende geoefend in het uitoefenen van haar taken gedurende noodsituaties. Deze oefeningen zullen ten minste, voorzover van toepassing, bevatten: a. verschillende noodsituaties die zich kunnen voordoen zoals aanvaringen, brand en vergaan; b. verschillende reddingsmiddelen die gewoonlijk op een vaartuig aanwezig zijn; c. noodzaak om zich aan de algemeen geldende regels van overleven te houden; d. waarde van oefenen en appèls; e. de noodzaak om te allen tijde voorbereid te zijn op een noodsituatie en voortdurend alert te zijn op: 1°. de informatie op de alarmrol, in het bijzonder: – de specifieke taken in een noodsituatie voor elke opvarende, – de inschepingsplaats voor elke opvarende, en – de signalen die aangeven dat men zich naar de inschepingsplaats dan wel het brandstation dient te begeven; 2°. de plaats waar de persoonlijke en de reserve reddingsgordels zich bevinden; 3°. de plaatsen waar men een brandalarm kan activeren; 4°. de mogelijkheden tot ontsnapping; 5°. de gevolgen van paniek; f. maatregelen die genomen moeten worden om personen met een helikopter op te hijsen van het eigen vaartuig of uit een groepsreddingsmiddel; g. maatregelen die genomen moeten worden indien men zich naar de inschepingsplaats dient te begeven, waaronder: 1°. aantrekken van geschikte kleding, 2°. aantrekken van een reddingsgordel, en 3°. het verzamelen van extra bescherming, bijvoorbeeld dekens indien de tijd dit toelaat; h. maatregelen die genomen moeten worden bij «schip verlaten», waaronder: 1°. hoe men zich vanaf het vaartuig en vanuit het water kan inschepen in een groepsreddingsmiddel, en 2°. hoe men vanaf een hoogte in de zee moet springen met een zo gering mogelijke kans op letsel bij het in het water komen; i. maatregelen die men dient te nemen indien men zich in het water bevindt, zoals: 1°. hoe men overleeft in situaties van: – brand of olie op het water; – koude omstandigheden, en – wateren waarin haaien voorkomen; 2°. hoe een gekapseisd groepsreddingsmiddel opgericht kan worden; j. maatregelen die genomen dienen te worden indien men zich in een groepsreddingsmiddel bevindt, zoals: 1°. een groepsreddingsmiddel snel van het vaartuig vrij zien te krijgen; 2°. bescherming tegen kou of extreme warmte; 3°. gebruik van een zee-anker; 4°. houden van een uitkijk; 5°. uit de zee halen van en het zorgen voor overlevenden; 6°. het zorg dragen dat een groepsreddingsmiddel door derden opgespoord kan worden; 7°. controleren en juist gebruiken van de beschikbare uitrusting van een groepsreddingsmiddel, en 8°. het voorzover mogelijk in de buurt blijven van het vaartuig; k. de belangrijkste gevaren voor overlevenden en de algemeen geldende regels voor overleven, waaronder: 1°. voorzorgsmaatregelen die genomen dienen te worden in koude omstandigheden; 2°. voorzorgsmaatregelen die genomen dienen te worden in tropische omstandigheden; 3°. blootstelling aan zon, wind, regen en zee; 4°. het belang van het dragen van geschikte kleding; 5°. beschermende maatregelen in een groepsreddingsmiddel; 6°. gevolgen van onderdompeling in het water en onderkoeling; 7°. het belang van het behoud van lichaamsvloeistoffen; 8°. bescherming tegen zeeziekte; 9°. juist gebruik van drinkwater en voedsel; 10°. gevolgen van het drinken van zeewater; 11°. beschikbare middelen om opsporing door derden te vergroten; 12°. het belang van moed houden; l. maatregelen die genomen dienen te worden bij het blussen van brand, zoals: 1°. het gebruik van brandslangen met verschillende spuitstukken; 2°. het gebruik van draagbare brandblussers; 3°. kennis hebben van de plaats van branddeuren; 4°. het gebruik van ademhalingsapparatuur.