Degene die recht heeft op een uitkering heeft, zolang hij de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in
artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswetnog niet heeft bereikt, over de uitkeringsjaren vanaf 2001 recht op een toeslag:
a. ter grootte van 5,6% van die uitkering, met een maximum van € 2.066,97 per jaar, indien het recht op die uitkering reeds voor 1 januari 1999 bestond;
b. ter grootte van 1,9% van die uitkering, met een maximum van € 791,85 per jaar, indien het recht op die uitkering is ontstaan op of na 1 januari 1999.