1. De minister geeft op aanvraag een Speciaal-BvL af voor de uitvoering van de productie-proefvluchten, wanneer naar het oordeel van de minister deze vluchten op een veilige wijze kunnen worden uitgevoerd.
2. Bij de aanvraag voor een Speciaal-BvL en een voorlopig geluidscertificaat of een voorlopige geluidsverklaring voor de uitvoering van de productie-proefvluchten worden de volgende gegevens ingediend:
a. het testprogramma;
b. een overzicht van de geplande vluchten bestaande uit: 1º aantal vluchten,
2º doel van de vluchten,
3º geplande duur van de vluchten,
4º periode van uitvoering van de vluchten,
5º testgebied van de vluchten;
1º aantal vluchten,
2º doel van de vluchten,
3º geplande duur van de vluchten,
4º periode van uitvoering van de vluchten,
5º testgebied van de vluchten;
c. genomen veiligheidsmaatregelen in het kader van de veiligheid van derden;
d. een eerste vlucht verklaring volgens het model zoals opgenomen in de bijlage bij deze regeling, ondertekend door het hoofd van de productie, of diens gemachtigde.
3. De minister geeft op aanvraag een voorlopig geluidscertificaat of een voorlopige geluidsverklaring af voor de uitvoering van geluidsmeetvluchten, wanneer voor het desbetreffende luchtvaartuig een standaard-BvL of een speciaal-BvL is afgegeven. Hij geeft een voorlopig geluidscertificaat voorts slechts af, wanneer naar zijn oordeel het desbetreffende luchtvaartuig aan de voor dat luchtvaartuig geldende geluidseisen kan voldoen.
4. Voor andere typen luchtvaartuig dan vleugelvliegtuigen kan de minister een alternatieve eerste vluchtverklaring anders dan in de bijlagevoorschrijven.
5. De minister kan vorderen dat de documenten die bij het opstellen van de eerste vluchtverklaring zijn gebruikt en die hij voor het behandelen van de aanvraag van belang acht aan hem ter beschikking worden gesteld.