Artikel 1
Er is een College voor de archeologische kwaliteit, hierna te noemen het College, dat ten behoeve van instellingen en bedrijven die betrokken zijn bij uitvoerende werkzaamheden in de archeologische monumentenzorg, de volgende taken heeft:
a. het beheren van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, hierna te noemen KNA, die is opgesteld door de commissie voorbereiding kwaliteitssysteem archeologische werkzaamheden (Stcrt. 1999, 237) en het periodiek informeren van betrokkenen daarover;
b. het zodanig preciseren van de KNA, dat daarop een systeem van certificering gebaseerd kan worden;
c. het op basis van de KNA voor 1 januari 2002 opstellen van criteria aan de hand waarvan getoetst kan worden of instellingen en bedrijven die archeologische werkzaamheden willen uitvoeren, daartoe geschikt zijn;
d. na voltooiing van de taak, bedoeld onder c, het op verzoek van vergunninghouders adviseren over de geschiktheid van een instelling of bedrijf om archeologische werkzaamheden uit te voeren;
e. het geven van voorlichting over kwaliteitsborging bij archeologische uitvoeringswerkzaamheden.
a. het beheren van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, hierna te noemen KNA, die is opgesteld door de commissie voorbereiding kwaliteitssysteem archeologische werkzaamheden (Stcrt. 1999, 237) en het periodiek informeren van betrokkenen daarover;
b. het zodanig preciseren van de KNA, dat daarop een systeem van certificering gebaseerd kan worden;
c. het op basis van de KNA voor 1 januari 2002 opstellen van criteria aan de hand waarvan getoetst kan worden of instellingen en bedrijven die archeologische werkzaamheden willen uitvoeren, daartoe geschikt zijn;
d. na voltooiing van de taak, bedoeld onder c, het op verzoek van vergunninghouders adviseren over de geschiktheid van een instelling of bedrijf om archeologische werkzaamheden uit te voeren;
e. het geven van voorlichting over kwaliteitsborging bij archeologische uitvoeringswerkzaamheden.