De andere vervoeropbrengsten, bedoeld in
artikel 59, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, bestaan uit:
a. de fictieve opbrengsten van door of vanwege de werkgever verzorgd vervoer van werknemers als bedoeld in artikel 8 van het besluit; berekend op grond van artikel 3, tweede lid, van de Regeling rijksbijdrage openbaar vervoer 2001;
b. de derving van de in artikel 60, onderdelen a en b, van het besluit en artikel 3 bedoelde opbrengsten van vervoerbewijzen als gevolg van het gebruik van de OV-studentenkaart, genoemd in artikel 3 van de Regeling nationale vervoerbewijzen openbaar vervoer.