De buitengewoon opsporingsambtenaar draagt bij het uitoefenen van zijn functie een legitimatiebewijs bij zich volgens het model, bedoeld in bijlage 1 bij dit besluit, tenzij voor hem een ander legitimatiebewijs is vastgesteld.
De op basis van het besluit van 9 december 1994, kenmerk 471425/594/NE, afgegeven legitimatiebewijzen blijven geldig tot de datum waarop de bijbehorende akte geldig is en uiterlijk tot 1 juni 2006.
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 juni 2001.