1. De Staatssecretaris verleent aan het bestuur mandaat ten aanzien van de uitvoering van de volgende regelingen:
a. het Besluit bijzondere militaire pensioenen;
b. voor zover de Staatssecretaris zich de uitvoering daarvan niet heeft voorbehouden, de Conversieregeling militaire pensioenen en de daarmee samenhangende berichtgeving, bedoeld in artikel 3, vijfde lid, van de Kaderwet militaire pensioenen en
c. voor zover na die datum nog noodzakelijk, de voor 1 juni 2001 geldende militaire pensioenwetten of -regelingen.
2. De Staatssecretaris verleent aan het bestuur de bevoegdheid namens hem in rechte op te treden in bezwaar- en beroepskwesties rond de in het eerste lid bedoelde regelingen.
1. Het bestuur legt een op grond van artikel 2te nemen besluit voor aan de Staatssecretaris indien:
a. er gerede twijfels zijn over de juistheid van de toepassing in een individueel geval;
b. bijzondere beleidsmatige en/of financiële gevolgen van dat besluit een nadere afweging vergen.
2. Het bestuur houdt bij de op grond van artikel 2te nemen besluiten, zo nodig na voorafgaand overleg, rekening met eventuele nadere beleidsaanwijzingen van de Staatssecretaris.
3. Het bestuur verstrekt desgevraagd de Staatssecretaris de voor verdere beleidsvorming noodzakelijke informatie rond de uitvoering van de in artikel 2bedoelde regelingen.
De stukken die op grond van dit besluit worden afgedaan en ondertekend, vermelden aan het slot:
DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE,
namens deze,
...... (functie ondertekenaar)
...... (handtekening en naam functionaris)