De EG-verklaring voor de uitoefening van een van de beroepen, genoemd in artikel 1, onderdelen a tot en met d, wordt voorts afgewezen, indien niet aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a. de aanvrager is houder van een geldig bewijs van beroepsbekwaamheid, dat is afgegeven door of namens de bevoegde autoriteit van het land van herkomst en dat recht geeft om aan boord van zeeschepen, varende onder de vlag van het land van herkomst, dienst te doen; en
b. de aanvrager heeft aangetoond, dat hij 1º voor het beroep, waarvoor de EG-verklaring is aangevraagd, met goed gevolg een opleiding heeft voltooid die betrekking heeft op vakgebieden die niet wezenlijk verschillen van die welke worden bestreken door de in Nederland bij of krachtens wettelijk voorschrift vereiste opleiding voor het beroep;
2º de voor de uitoefening van het beroep in Nederland vereiste diensttijd heeft doorlopen; en
3º ook overigens voldoet aan de eisen, die bij of krachtens wettelijk voorschrift worden gesteld aan beoefenaren van het beroep.
1º voor het beroep, waarvoor de EG-verklaring is aangevraagd, met goed gevolg een opleiding heeft voltooid die betrekking heeft op vakgebieden die niet wezenlijk verschillen van die welke worden bestreken door de in Nederland bij of krachtens wettelijk voorschrift vereiste opleiding voor het beroep;
2º de voor de uitoefening van het beroep in Nederland vereiste diensttijd heeft doorlopen; en
3º ook overigens voldoet aan de eisen, die bij of krachtens wettelijk voorschrift worden gesteld aan beoefenaren van het beroep.