1. Van de in artikel 3bedoelde methoden kan, na overleg met betrokkenen, geheel of gedeeltelijk worden afgeweken, indien:
a. aannemelijk wordt gemaakt dat die werkwijze: 1e. e. een belangrijke tijdsbesparing of kostenbesparing oplevert en in de betreffende situatie nagenoeg even nauwkeurig is als een van de methoden van de in artikel 3 bedoelde handleiding, of
2e. e. in de betreffende situatie belangrijk nauwkeuriger is dan een van de methoden van de in artikel 3 bedoelde handleiding, of
3e. e. voldoende nauwkeurig is en geen van de methoden van de in artikel 3 bedoelde handleiding in de betreffende situatie leidt tot een voldoende representatief langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en
1e. e. een belangrijke tijdsbesparing of kostenbesparing oplevert en in de betreffende situatie nagenoeg even nauwkeurig is als een van de methoden van de in artikel 3 bedoelde handleiding, of
2e. e. in de betreffende situatie belangrijk nauwkeuriger is dan een van de methoden van de in artikel 3 bedoelde handleiding, of
3e. e. voldoende nauwkeurig is en geen van de methoden van de in artikel 3 bedoelde handleiding in de betreffende situatie leidt tot een voldoende representatief langtijdgemiddeld beoordelingsniveau en
b. de alternatieve methode zodanig is gedocumenteerd dat herhalingsmetingen of herhalingsberekeningen kunnen worden uitgevoerd en de resultaten daarvan kunnen worden gereproduceerd.
2. Voor akoestisch onderzoek als bedoeld in de
artikelen 43,
62en
71 van de Wet geluidhinderworden onder betrokkenen, als bedoeld in het eerste lid, in ieder geval begrepen:
a. indien burgemeester en wethouders het bevoegd gezag zijn: gedeputeerde staten, de Kamer van Koophandel of het bedrijfschap en indien sprake is van een gemeentegrens overschrijdende geluidszone het gemeentebestuur van betreffende gemeente;
b. indien gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn: het gemeentebestuur, de Kamer van Koophandel of het bedrijfschap en indien sprake is van een grens overschrijdende geluidszone het gemeentebestuur van betreffende gemeente.