1. Het correctiebedrag voor de pensioenaanspraken van mannelijke beroepsmilitairen met een vrouwelijke partner wordt bepaald zodanig dat de term
correctie met* (n|a x+ 5/7 *a x|y) + (correctie zonder- correctie met) * n|a y|x
+ 0,15 * a x|yk * MIN(70.843,34 ; 5/7 * correctie met+ PP nieuw)
gelijk is aan het verschil tussen de contante waarde van de pensioenaanspraken direct voorafgaande aan de conversiedatum op grond van de Algemene militaire pensioenwet, de daaraan voorafgaande militaire pensioenwetten en het Nabestaandenreglement militairen enerzijds en de contante waarde van de pensioenaanspraken op de conversiedatum op grond van de pensioenregeling zonder de toeslagen zoals beschreven in de artikelen 7.4, 7.4a, 7.4b, 18c.5 en 18c.6 daarvan en zonder de alleenstaandentoeslag anderzijds. In de term:
a. is PPnieuw het partnerpensioen op de conversiedatum op grond van de pensioenregeling zonder de toeslagen zoals beschreven in de artikelen 7.4, 7.4a, 7.4b, 18c.5 en 18c.6 daarvan;
b. is correctiemet het correctiebedrag voor de beroepsmilitair met partner;
c. is correctiezonder het correctiebedrag voor dezelfde beroepsmilitair zonder partner zoals beschreven in artikel 8;
d. is MIN (...;...) de kleinste van de twee binnen de haken genoemde termen;
e. geldt n=65-x en wordt als de leeftijd van de beroepsmilitair hoger is dan 65 jaar: - de factor n|ax vervangen door de factor ax; - de factor n|ay|x vervangen door de factor ay|x;
f. geldt k=65-y en vervalt als de leeftijd van de partner hoger is dan 65 jaar de term “0,15 * ax|yk * MIN (70.843,34 ; 5/7 * correctiemet + PPnieuw)” .
2. Indien voor een reeds voor de conversiedatum ingegaan ouderdomspensioen van een mannelijke beroepsmilitair met vrouwelijke partner blijkt dat de som van het ouderdomspensioen op de conversiedatum op grond van het pensioenregeling en het in lid 1 vastgestelde correctiebedrag kleiner is dan het ouderdomspensioen bij de laatste pensioenuitkering voor de conversiedatum op grond van de Algemene militaire pensioenwet of de daaraan voorafgaande militaire pensioenwetten, dan wordt het correctiebedrag opnieuw vastgesteld. m wordt zodanig bepaald dat de term
( mE xy:7%* a x+m y+m:4%+ 5/7 * a x|y:4%* (1,04/1,07) m+ a xym 7%) * OP oud
+ 0,15 * a x|yk 4%* MIN (70.843,34 ; 5/7 * OP oud* (1,04/1,07) m)
+ (OP nieuw+ correctie zonder) * a y|x4%
gelijk is aan de contante waarde van de pensioenaanspraken direct voorafgaande aan de conversiedatum op grond van de Algemene militaire pensioenwet, de daaraan voorafgaande militaire pensioenwetten en het Nabestaandenreglement militairen. Als de leeftijd van de partner hoger is dan 65 jaar vervalt “0,15 * a x|yk * MIN (70.843,34 ; 5/7 * correctie met+ PP nieuw)”. Het correctiebedrag is vervolgens gelijk aan
Op oud* (1,04/1,07) m- OP nieuw, waarin:
a. OPoud het ouderdomspensioen is op grond van de Algemene militaire pensioenwet of de daaraan voorafgaande militaire pensioenwetten bij de laatste pensioenuitkering voor de conversiedatum;
b. OPnieuw het ouderdomspensioen is op de conversiedatum op grond van de pensioenregeling.
3. Het correctiebedrag voor de pensioenaanspraken van vrouwelijke beroepsmilitairen met een mannelijke partner wordt bepaald zodanig dat de term
correctie met* (k|a y+ 5/7 *a y|x) + (correctie zonder- correctie met) * k|a x|y
+ 0,15 * a y|xn * MIN(70.843,34 ; 5/7 * correctie met+ PP nieuw)
gelijk is aan het verschil tussen de contante waarde van de pensioenaanspraken direct voorafgaande aan de conversiedatum op grond van de Algemene militaire pensioenwet, de daaraan voorafgaande militaire pensioenwetten en het Nabestaandenreglement militairen enerzijds en de contante waarde van de pensioenaanspraken op de conversiedatum op grond van de pensioenregeling zonder de toeslagen zoals beschreven in de artikelen 7.4, 7.4a, 7.4b, 18c.5 en 18c.6 daarvan en zonder de alleenstaandentoeslag anderzijds. Als de leeftijd van de partner hoger is dan 65 jaar vervalt de term “0,15 * a y|xn * MIN (70.843,34 ; 5/7 * correctie met+ PP nieuw)”.
Als de leeftijd van de beroepsmilitair hoger is dan 65 jaar:
a. wordt de factor k|ay vervangen door de factor ay;
b. wordt de factor k|ax|y vervangen door de factor ax|y;
4. Indien voor een reeds voor de conversiedatum ingegaan ouderdomspensioen van een vrouwelijke beroepsmilitair met mannelijke partner blijkt dat de som van het ouderdomspensioen op de conversiedatum op grond van het pensioenregeling en het in lid 3 vastgestelde correctiebedrag kleiner is dan het ouderdomspensioen bij de laatste pensioenuitkering voor de conversiedatum op grond van de Algemene militaire pensioenwet of de daaraan voorafgaande militaire pensioenwetten dan wordt het correctiebedrag opnieuw vastgesteld. m wordt zodanig bepaald dat de term
( mE yx:7%* a y+m x+m:4%+ 5/7 * a y|x:4%* (1,04/1,07) m+ a yxm 7%) * OP oud
+ 0,15 * a y|xn 4%* MIN (70.843,34 ; 5/7 * OP oud* (1,04/1,07) m)
+ (OP nieuw+ correctie zonder) * a x|y4%
gelijk is aan de contante waarde van de pensioenaanspraken direct voorafgaande aan de conversiedatum op grond van de Algemene militaire pensioenwet, de daaraan voorafgaande militaire pensioenwetten en het Nabestaandenreglement militairen. Als de leeftijd van de partner hoger is dan 65 jaar vervalt “0,15 * a x|yn * MIN (70.843,34 ; 5/7 * correctie met+ PP nieuw)”. Het correctiebedrag is vervolgens gelijk aan de term
Op oud* (1,04/1,07) m- OP nieuw
5. De gepensioneerde heeft in het in lid 2 en lid 4 beschreven geval tevens recht op een tijdelijke toeslag ter overbrugging van het verschil tussen het nominale niveau van het ouderdomspensioen bij de laatste pensioenuitkering voor de conversiedatum op grond van de Algemene militaire pensioenwet of de daaraan voorafgaande militaire pensioenwetten en het geïndexeerde ouderdomspensioen na de conversiedatum op grond van de pensioenregeling plus het geïndexeerde correctiebedrag zoals beschreven in lid 2 en lid 4.
6. De tijdelijke toeslag zoals beschreven in lid 5 vervalt zodra het ouderdomspensioen op grond van de pensioenregeling plus de toeslag zoals beschreven in lid 2 en lid 4 door indexatie hoger is dan het nominale niveau van het ouderdomspensioen bij de laatste pensioenuitkering voor de conversiedatum op grond van de Algemene militaire pensioenwet of de daaraan voorafgaande militaire pensioenwetten.
7. Het correctiebedrag voor de pensioenaanspraken van beroepsmilitairen met een partner van hetzelfde geslacht wordt vergelijkbaar aan de in lid 1 tot en met lid 4 beschreven wijze vastgesteld waarbij rekening gehouden wordt met het feit dat beide partners van hetzelfde geslacht zijn. Een beroepsmilitair met een partner van hetzelfde geslacht heeft tevens recht op een tijdelijke toeslag zoals omschreven in lid 5 en lid 6 overeenkomstig het in lid 2 en lid 4 beschreven geval.