Het bedrag waaraan het rekeninkomen ingevolge
artikel 11, eerste lid, onderdeel b, van de Wet bevordering eigenwoningbezit, ten minste gelijk moet zijn, is per 1 juli 2001:
a. voor een eenpersoonshuishouden: € 11 072,24;
b. voor een tweepersoonshuishouden: € 14 044,50;
c. voor een eenpersoonsouderenhuishouden: € 11 117,62 en
d. voor een tweepersoonsouderenhuishouden: € 13 931,05.