BWBR0012438
Geldig vanaf 2001-05-23
Artikel 9.5a
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
1. Onze Minister verwerkt de persoonsgegevens die hij ontvangt of bezit ten behoeve van de toepassing van artikel 2.22b.
2. Bij de verwerking van gegevens op grond van het eerste lid kunnen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0040940" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">paragraaf 3.1</a>onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0040940" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming</a>worden verwerkt, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de toepassing van artikel 2.22b.
3. Ten behoeve van de toepassing van artikel 2.22bverstrekt Onze Minister uitsluitend het gegeven of een persoon een tegemoetkoming heeft aangevraagd dan wel reeds ontvangt.
4. Artikel 1.7is voor de gegevensverwerking, bedoeld in dit artikel, van overeenkomstige toepassing voor een persoon die een tegemoetkoming heeft aangevraagd.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter waarborging van de persoonlijke levenssfeer. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld over:
a. op welke wijze de gegevensverwerking bedoeld in dit artikel, plaatsvindt;
b. op welke wijze door passende technische en organisatorische maatregelen deze gegevens worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking;
c. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de verwerkte persoonsgegevens slechts worden verwerkt voor het doel waarvoor zij zijn verzameld, alsmede hoe daarop wordt toegezien.
2. Bij de verwerking van gegevens op grond van het eerste lid kunnen bijzondere categorieën van persoonsgegevens en persoonsgegevens van strafrechtelijke aard als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0040940" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">paragraaf 3.1</a>onderscheidenlijk <a href="/wet/BWBR0040940" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">paragraaf 3.2 van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming</a>worden verwerkt, voor zover deze gegevens noodzakelijk zijn voor de toepassing van artikel 2.22b.
3. Ten behoeve van de toepassing van artikel 2.22bverstrekt Onze Minister uitsluitend het gegeven of een persoon een tegemoetkoming heeft aangevraagd dan wel reeds ontvangt.
4. Artikel 1.7is voor de gegevensverwerking, bedoeld in dit artikel, van overeenkomstige toepassing voor een persoon die een tegemoetkoming heeft aangevraagd.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld ter waarborging van de persoonlijke levenssfeer. Daarbij worden in ieder geval regels gesteld over:
a. op welke wijze de gegevensverwerking bedoeld in dit artikel, plaatsvindt;
b. op welke wijze door passende technische en organisatorische maatregelen deze gegevens worden beveiligd tegen verlies of onrechtmatige verwerking;
c. op welke wijze wordt gewaarborgd dat de verwerkte persoonsgegevens slechts worden verwerkt voor het doel waarvoor zij zijn verzameld, alsmede hoe daarop wordt toegezien.