BWBR0012438
Geldig vanaf 2001-05-23
Artikel 2.19
Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten
1. De aanspraak op tegemoetkoming ingevolge hoofdstuk 4vervalt met ingang van de maand die volgt op de dag waarop de leerling het laatste schooljaar met goed gevolg heeft afgesloten.
2. Indien de leerling aansluitend aan het schooljaar dat als laatste schooljaar was aangemerkt, opnieuw dat laatste schooljaar aanvangt, ontstaat aanspraak op tegemoetkoming voor het resterende gedeelte van het kalenderjaar.
3. Indien de leerling na zijn uitschrijving voor een opleiding binnen 4 maanden opnieuw een opleiding in de zin van deze wet of van de <a href="/wet/BWBR0011453" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">WSF 2000</a>aanvangt, blijft, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op tegemoetkoming in de tussen beide opleidingen liggende periode voor ten hoogste 4 maanden bestaan. Indien dit de maanden augustus, september, oktober of november betreft, heeft de leerling die op grond van hoofdstuk 4nog geen tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is toegekend en een opleiding als bedoeld in artikel 2.9, onderdelen b tot en met d, of 2.10, of een opleiding waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat, gaat volgen, over die maanden naast een tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4ook aanspraak op een bedrag aan tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, ter grootte van eentwaalfde van het bedrag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004188/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet</a>, per maand. Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming in die maanden wordt uitgegaan van de draagkracht, zoals die gold op 31 juli van het voorafgaande schooljaar. In afwijking van artikel 4.10, tweede lid, wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden.
4. Het derde lid is niet van toepassing op personen die op grond van <a href="/wet/BWBR0011453/artikel/2.12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.12, onder b, c of d, WSF 2000</a>het levenlanglerenkrediet, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0011453" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">WSF 2000</a>, ontvangen.
2. Indien de leerling aansluitend aan het schooljaar dat als laatste schooljaar was aangemerkt, opnieuw dat laatste schooljaar aanvangt, ontstaat aanspraak op tegemoetkoming voor het resterende gedeelte van het kalenderjaar.
3. Indien de leerling na zijn uitschrijving voor een opleiding binnen 4 maanden opnieuw een opleiding in de zin van deze wet of van de <a href="/wet/BWBR0011453" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">WSF 2000</a>aanvangt, blijft, in afwijking van het eerste lid, op zijn aanvraag de aanspraak op tegemoetkoming in de tussen beide opleidingen liggende periode voor ten hoogste 4 maanden bestaan. Indien dit de maanden augustus, september, oktober of november betreft, heeft de leerling die op grond van hoofdstuk 4nog geen tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage is toegekend en een opleiding als bedoeld in artikel 2.9, onderdelen b tot en met d, of 2.10, of een opleiding waarvoor aanspraak op studiefinanciering bestaat, gaat volgen, over die maanden naast een tegemoetkoming in de zin van hoofdstuk 4ook aanspraak op een bedrag aan tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage, ter grootte van eentwaalfde van het bedrag, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0004188/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5, tweede lid, van de Les- en cursusgeldwet</a>, per maand. Voor de vaststelling van de hoogte van de tegemoetkoming in die maanden wordt uitgegaan van de draagkracht, zoals die gold op 31 juli van het voorafgaande schooljaar. In afwijking van artikel 4.10, tweede lid, wordt die aanvraag ingediend voor het einde van de periode van 4 maanden.
4. Het derde lid is niet van toepassing op personen die op grond van <a href="/wet/BWBR0011453/artikel/2.12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.12, onder b, c of d, WSF 2000</a>het levenlanglerenkrediet, bedoeld in de <a href="/wet/BWBR0011453" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">WSF 2000</a>, ontvangen.