De perioden van maximaal tien jaar, bedoeld in de
artikelen 35, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet en
63a, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, zijn niet van toepassing op degene die voor de datum van inwerkingtreding van deze wet reeds vrijwillig verzekerd was voor de
Algemene Ouderdomswet of de
Algemene nabestaandenwet ten aanzien van de op die datum bestaande vrijwillige verzekering.