1. Het BRC is als volgt samengesteld:
a. de heer drs. H.J. Meijer, korpsbeheerder van het regionale politiekorps IJsselland, voorzitter;
b. de plaatsvervangend directeur-generaal Veiligheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, lid;
c. mevrouw mr. H.W. Samsom-Geerlings, hoofdofficier van justitie van het arrondissementsparket Utrecht, lid;
d. mevrouw A.J. Brink-Grootoonk, korpschef van het regionale politiekorps Noord-Holland-Noord, lid;
e. de heer P.J. van Zunderd, korpschef van het Korps Landelijke Politiediensten;
f. de heer J.J. Hoogendoorn MPA, korpschef van het regionale politiekorps Noord- en Oost-Gelderland, lid;
g. de heer mr. J.H. van den Heuvel, directeur Opsporingsbeleid van het ministerie van Justitie, lid;
h. mevrouw drs. A.M. Miedema, hoofd van het Bureau landelijk management development politie en brandweer van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, secretaris.
2. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voorziet in overeenstemming met de minister van Justitie in de opvolging en tussentijdse vervanging van de leden. Voor zover het de leden betreft genoemd in het eerste lid, onder c tot en met f, geschiedt dit op voordracht van de Raad van Hoofdcommissarissen indien het een korpschef betreft, op voordracht van het Korpsbeheerdersberaad indien het een korpsbeheerder betreft en op voordracht van het OM-politieberaad, indien het een hoofdofficier van justitie betreft.