1. De in artikel 1, onderdeel c, van de Regeling aanwijzing toezichthoudende ambtenaren mond- en klauwzeer 2001 aangewezen militairen van de krijgsmacht verlenen bijstand aan de politie ter uitvoering van de politietaak, bedoeld in
artikel 2 van de Politiewet 1993.
2. De bijstand, bedoeld in het eerste lid, strekt niet verder dan de taken die worden uitgevoerd in het kader van het toezicht op de naleving van een regeling.
3. De bijstand, bedoeld in het eerste lid, wordt verleend op, aan of in de directe nabijheid van de grens van een in of als bijlage bij een regeling aangewezen toezichtsgebied, of gebied waarvoor een vervoersbeperking geldt.
4. In afwijking van het tweede en derde lid kan de bijstand tevens worden verleend in de vorm van verrichten van logistieke werkzaamheden in of rondom een gebied als bedoeld in het derde lid.