1. Onze Minister stelt voor de terbeschikkingstellingen, bedoeld in de artikelen 2en 3, alsmede voor de voorwaarden waaronder deze plaatsvinden, nadere regels vast.
2. De nadere regels, bedoeld in het eerste lid, bevatten in ieder geval bepalingen over:
a. het convenant beschikbaarstelling;
b. de medische keuring;
c. de werkgeverslasten;
d. de bezoldiging en toelagen;
e. de voorzieningen bij de beschikbaarstelling en bij de beëindiging van de beschikbaarstelling;
f. de voorzieningen bij verblijf in Aruba, Curaçao en Sint Maarten en in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba;
g. de verlof- en gezinsherenigingsreizen;
h. ziekte;
i. ongeval;
j. overlijden.
3. In geval er sprake is van een ambtenaar als bedoeld in artikel 3, tweede lid, worden de nadere regels, bedoeld in het tweede lid, in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie vastgesteld.