1. Het actueel inkomen, bedoeld in
artikel 33, eerste lid, onder a, van de wet, wordt vastgesteld aan de hand van door de eigenaar-bewoner en degene die tot diens huishouden behoort over te leggen stukken die naar het oordeel van Onze Minister voor een deugdelijke onderbouwing van dat inkomen noodzakelijk zijn.
2. Voor het vaststellen van het recht op een bijzondere bijdrage stelt Onze Minister het actueel inkomen forfaitair vast aan de hand van het inkomen over een langere periode dan over de eerste kalendermaand van het betreffende bijdragetijdvak, voorzover het patroon van de inkomensverwerving of de hoogte van het inkomen over een langere periode daartoe aanleiding geeft.
3. Voor de toepassing van
artikel 33, eerste lid, onder a, van de wetworden inkomsten aangemerkt als te zijn genoten op het tijdstip, bedoeld in
artikel 3.146 van de Wet inkomstenbelasting 2001.
4. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld omtrent de bepaling van het actueel inkomen. Daartoe kunnen regels behoren over de bepaling van het netto inkomen. Daarbij kunnen voorts gevallen worden aangegeven waarin bij de bepaling van het actueel inkomen degene die tot het huishouden van de eigenaar-bewoner behoort of inkomensbestanddelen geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing worden gelaten. Bij de bepaling van het netto inkomen of het geheel of gedeeltelijk buiten beschouwing laten van inkomensbestanddelen kan van het derde lid worden afgeweken.