Voor de bepaling van het, op grond van het kentekenbewijs, te vervoeren grootste aantal personen gelden de volgende regels:
a. zittende passagiers van vier jaar en ouder worden voor één persoon gerekend en nemen steeds één zitplaats in;
b. met kinderen die jonger zijn dan vier jaar wordt geen rekening gehouden, indien zij geen afzonderlijke zitplaats innemen.