De Minister verleent subsidie aan de Stichting voor:
a. de kosten van de exploitatie van het centraal meldpunt vrachtautobergingen;
b. een deel van de kosten die verband houden met het Bestuur, de Commissie van Toezicht, de Commissie van Beroep alsmede de beschikbaarheid van deskundigen, overeenkomstig het bepaalde in de op 2 juni 1999 gesloten samenwerkingsovereenkomst met het Verbond van Verzekeraars, Transport en Logistiek Nederland, EVO Ondernemersorganisatie voor logistiek en transport en Koninklijk Nederlands Vervoer;
c. overige kosten van de Stichting, voor zover deze aantoonbaar noodzakelijk zijn, en: 1° opgenomen zijn in de begroting, of
2° indien voordat verplichtingen zijn aangegaan door het Bestuur instemming is verkregen van de Minister.
1° opgenomen zijn in de begroting, of
2° indien voordat verplichtingen zijn aangegaan door het Bestuur instemming is verkregen van de Minister.
1. Het Bestuur dient uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking bij de Minister een aanvraag voor subsidie in, omvattende een aanduiding van het bedrag en het jaar waarvoor subsidie wordt gevraagd en een begroting met toelichting.
2. De in de begroting van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat voor de subsidie over meerdere jaren uitgetrokken bedragen brengt de Minister jaarlijks aan de Stichting ter kennis ten behoeve van het opstellen van de aan de Minister te richten aanvraag tot subsidieverlening.
3. Alle correspondentie van de Stichting Incident Management Vrachtauto’s voortvloeiende uit de subsidieregeling wordt gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat, t.a.v. directoraat-generaal Rijkswaterstaat, Hoofdkantoor, de Directeur Uitvoering Postbus 20906, 2500 EX Den Haag.
1. De Minister verleent op aanvraag van het Bestuur drie maal een voorschot: per 1 maart, 1 augustus en 1 december. De hoogte van een voorschot wordt bepaald aan de hand van de bij de aanvraag voor subsidieverlening gevoegde liquiditeitsbegroting.
Voorschotverlening geschiedt in totaal tot ten hoogste het voor het kalenderjaar verleende subsidiebedrag.
2. De in het voorgaande lid bedoelde, uiterlijk vier weken voor aanvang van de betreffende voorschotperiode in te dienen aanvraag, geschiedt middels een factuur van de Stichting waarin het voor de desbetreffende periode gevraagde voorschotbedrag is opgevoerd. Deze factuur vermeldt eveneens datum en nummer van de beschikking tot subsidieverlening.
3. Uitbetaling van tijdig aangevraagde voorschotten geschiedt uiterlijk op de laatste werkdag vóór aanvang van de desbetreffende voor schotperiode.
1. Het Bestuur dient jaarlijks uiterlijk 1 juni een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in. voorzien van een financiële verantwoording in over het voorafgaande kalenderjaar waarin een opgave is opgenomen van de daadwerkelijke realisatie ten opzichte van de begroting. Tevens worden overgelegd een rapport omtrent de activiteiten van de Stichting en het verslag van de Commissie van Toezicht en de Commissie van Beroep.
2. De in het eerste lid genoemde verantwoording is voorzien van een verklaring van een accountant of een Accountant-Administratieconsulent als bedoeld in artikel 2:393, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek, volgens het als bijlage bij deze regeling gevoegde model, opgemaakt en gecontroleerd op basis van toepassing van het als bijlage bij deze regeling opgenomen controleprotocol.
1. Binnen acht weken nadat het Bestuur de verantwoording als bedoeld in artikel 6, heeft overgelegd, wordt het bedrag van de subsidie vastgesteld.
2. Indien het vastgestelde subsidiebedrag hoger is dan hetgeen reeds is betaald, wordt het meerdere binnen vier weken na de dag waarop de subsidievaststelling is bekend gemaakt, uitbetaald.
3. Indien het vastgestelde subsidiebedrag lager is dan hetgeen reeds is uitbetaald, wordt het teveel betaalde in mindering gebracht op de subsidie die voor het volgende kalenderjaar wordt verleend. Ten aanzien van de subsidiabele kosten bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt er daarbij van uitgegaan dat het subsidiebedrag wordt verminderd overeenkomstig de verhouding waarin in die kosten wordt bijgedragen door de partijen bij de samenwerkingsovereenkomst. Wordt voor het volgende kalenderjaar geen subsidie verleend, dan wordt het teveel betaalde door bekendmaking van de beschikking tot subsidievaststelling teruggevorderd.
1. Het Bestuur doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de Minister van alle omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de subsidie en de rechtmatige en doelmatige aanwending daarvan.
2. Het Bestuur verleent medewerking aan een onderzoek naar de rechtmatige en doelmatige aanwending van de ontvangen subsidiegelden, verricht namens of in opdracht van de Minister of door de Algemene Rekenkamer; het Bestuur zal hiertoe desverlangd alle inlichtingen verschaffen en boeken en bescheiden overleggen dan wel daarin inzage geven en desverlangd kopieën verstrekken.
3. Statutenwijziging, ontbinding van de Stichting en besteding van het batig saldo behoeven de voorafgaande goedkeuring van de Minister.
In afwijking van de artikelen 3en 4wordt de aanvraag voor subsidieverlening over het jaar 2000 zo spoedig mogelijk na inwerkingtreding van deze regeling ingediend en beslist de Minister daarop zo spoedig mogelijk.
Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst, werkt terug tot en met 1 juli 2000 en vervalt met ingang van 1 januari 2007.