Artikel 1
1. Er is een ITO-Raad.
2. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voert regelmatig overleg met de ITO-Raad over de instelling en de werkzaamheden van het agentschap ITO. In voorkomend geval wordt het overleg mede gevoerd met de Minister van Justitie. Er wordt in ieder geval overleg gevoerd over:
a. de inrichting op hoofdlijnen van het agentschap ITO;
b. de benoeming van leden van de directie van het agentschap ITO;
c. de vaststelling van de begroting en de jaarrekening;
d. de meerjareninvesteringen;
e. de tariefstructuur van het agentschap ITO;
f. de plaats van vestiging van het agentschap ITO en
g. de kwaliteit van de dienstverlening door het agentschap ITO.
3. Het overleg vindt tenminste tweemaal per jaar plaats.
4. Het overleg wordt bijgewoond door de algemeen directeur van het agentschap ITO.
5. Tot secretaris van het overleg wordt benoemd de directiesecretaris van het agentschap ITO.
2. De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voert regelmatig overleg met de ITO-Raad over de instelling en de werkzaamheden van het agentschap ITO. In voorkomend geval wordt het overleg mede gevoerd met de Minister van Justitie. Er wordt in ieder geval overleg gevoerd over:
a. de inrichting op hoofdlijnen van het agentschap ITO;
b. de benoeming van leden van de directie van het agentschap ITO;
c. de vaststelling van de begroting en de jaarrekening;
d. de meerjareninvesteringen;
e. de tariefstructuur van het agentschap ITO;
f. de plaats van vestiging van het agentschap ITO en
g. de kwaliteit van de dienstverlening door het agentschap ITO.
3. Het overleg vindt tenminste tweemaal per jaar plaats.
4. Het overleg wordt bijgewoond door de algemeen directeur van het agentschap ITO.
5. Tot secretaris van het overleg wordt benoemd de directiesecretaris van het agentschap ITO.