De commissie heeft tot taak het analyseren van de huidige sociaal-economische situatie van de Drents-Groningse Veenkoloniën, daaronder begrepen het bepalen van de effectiviteit van eerder getroffen maatregelen ten behoeve van het gebied, in het perspectief van verdere beleidsvorming.
1. De commissie bestaat uit ten hoogste zes leden, de voorzitter daaronder begrepen.
2. De leden worden benoemd en ontslagen door de Minister in overeenstemming met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Staatssecretaris van Economische Zaken, gehoord het bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland.
1. De commissie streeft er naar voor 1 april 2001 haar advies schriftelijk uit te brengen aan de Minister, de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Staatssecretaris van Economische Zaken en het bestuur van het Samenwerkingsverband Noord-Nederland.
2. Na het uitbrengen van haar advies is de commissie opgeheven.
De archiefbescheiden van de commissie worden na opheffing of, indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, zoveel eerder, overgedragen aan het archief van de Directie Noord van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.