Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet bij collectieve arbeidsovereenkomst of bij regeling door of namens een daartoe bevoegd bestuursorgaan een aanspraak op vakantie is overeengekomen die het in artikel 634 van titel 7.10 van het Burgerlijk Wetboekbedoelde minimum te boven gaat, kan gedurende drie jaar na dat tijdstip, in afwijking van de
artikelen 635, lid 5,
638, lid 7, en
640, lid 2, voorzover die aanspraak dat minimum te boven gaat, slechts bij die overeenkomst of regeling van
artikel 635, leden 1 tot en met 5, de in
artikel 638, lid 2genoemde termijn en
artikel 640, lid 1, worden afgeweken.