Het bevoegd gezag van een AOC ontvangt een aanvullende vergoeding als tegemoetkoming in de kosten die verband houden met de invoering van de euro per 1 januari 2002. De aanvullende vergoeding bestaat uit:
a. een vast bedrag per AOC van f 9.500,-;
b. een vast bedrag per vestiging van f 1.583,- en
c. een bedrag per leerling van f 2,50.
Voor de in artikel 2bedoelde aanvullende vergoeding wordt uitgegaan van:
a. het aantal leerlingen dat op 1 oktober 1998 stond ingeschreven bij de beroepsopleidende leerweg;
b. het aantal leerlingen dat op 1 oktober 1998 stond ingeschreven bij de beroepsbegeleidende leerweg;
c. het aantal leerlingen dat op 1 oktober 1999 stond ingeschreven bij het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs-groen.
De Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zendt het bevoegd gezag van de AOC uiterlijk 31 december 2000 een beschikking omtrent de vaststelling van de aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 2.
1. Voor de vaststelling van de aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 2, behoeft het bevoegd gezag van het AOC geen aanvraag in te dienen.
2. Betaling van de aanvullende vergoeding, bedoeld in artikel 2vindt uiterlijk 31 december 2000 plaats.