BWBR0011825
Geldig vanaf 2012-06-29
Artikel 7.2
Vreemdelingenbesluit 2000
1. De uitzetting van de vreemdeling blijft, in afwijking van <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/73" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 73, tweede lid, van de Wet</a>achterwege, indien het betreft een vreemdeling, die:
a. onderdaan is van een land dat partij is bij het Europees Vestigingsverdrag;
b. onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet is geëindigd, gedurende twee aaneengesloten jaren dit rechtmatig verblijf heeft gehad;
c. zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd, en
d. tijdig bezwaar heeft gemaakt dan wel administratief beroep heeft ingesteld tegen een beschikking waarbij het rechtmatig verblijf is beëindigd.
2. Het eerste lid blijft buiten toepassing, indien de uitzetting van de vreemdeling wegens dwingende redenen van nationale veiligheid gerechtvaardigd is.
a. onderdaan is van een land dat partij is bij het Europees Vestigingsverdrag;
b. onmiddellijk voorafgaande aan het tijdstip waarop het rechtmatig verblijf, bedoeld in artikel 8, onder a tot en met e, dan wel l, van de Wet is geëindigd, gedurende twee aaneengesloten jaren dit rechtmatig verblijf heeft gehad;
c. zijn hoofdverblijf niet buiten Nederland heeft gevestigd, en
d. tijdig bezwaar heeft gemaakt dan wel administratief beroep heeft ingesteld tegen een beschikking waarbij het rechtmatig verblijf is beëindigd.
2. Het eerste lid blijft buiten toepassing, indien de uitzetting van de vreemdeling wegens dwingende redenen van nationale veiligheid gerechtvaardigd is.