BWBR0011825
Geldig vanaf 2012-06-29
Artikel 5.2
Vreemdelingenbesluit 2000
1. Voordat de vreemdeling op grond van <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/59" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 59</a>, <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/59a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">59a</a>of <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/59b" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">59b van de Wet</a>in bewaring wordt gesteld, wordt hij gehoord.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht. In dat geval wordt de vreemdeling zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de bewaring gehoord.
3. Van het gehoor wordt proces-verbaal opgemaakt.
4. Aan de vreemdeling wordt tijdig mededeling gedaan van de hem toekomende bevoegdheid zich bij het gehoor te doen bijstaan door zijn raadsman.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het voorafgaande gehoor van de vreemdeling niet kan worden afgewacht. In dat geval wordt de vreemdeling zo spoedig mogelijk na de tenuitvoerlegging van de bewaring gehoord.
3. Van het gehoor wordt proces-verbaal opgemaakt.
4. Aan de vreemdeling wordt tijdig mededeling gedaan van de hem toekomende bevoegdheid zich bij het gehoor te doen bijstaan door zijn raadsman.