BWBR0011825
Geldig vanaf 2012-06-29
Artikel 4.24
Vreemdelingenbesluit 2000
1. Naast het plaatsen van de in artikel 11 en bijlage IV van de Schengengrenscode bedoelde inreis- en uitreisstempel, kunnen ambtenaren belast met de grensbewaking, op grond van <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/52" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 52, eerste lid, van de Wet</a>, in het reis- of identiteitspapier van de vreemdeling aantekeningen stellen omtrent:
a. inreis in Nederland;
b. het doel en de duur van het voorgenomen verblijf in Nederland;
c. de middelen waarover de vreemdeling met het oog op de toegang tot Nederland beschikt of kan beschikken;
d. aanmelding bij de korpschef;
e. de toepassing van artikel 2.4;
f. het weigeren van toegang tot Nederland;
g. vertrek of uitzetting uit Nederland, of
h. uitreis uit Nederland.
2. Elke doorhaling of vervallenverklaring van een in een reis- of identiteitspapier van een vreemdeling gestelde aantekening, wordt door de ambtenaar die de doorhaling of vervallenverklaring verricht, gedateerd en van diens paraaf voorzien.
a. inreis in Nederland;
b. het doel en de duur van het voorgenomen verblijf in Nederland;
c. de middelen waarover de vreemdeling met het oog op de toegang tot Nederland beschikt of kan beschikken;
d. aanmelding bij de korpschef;
e. de toepassing van artikel 2.4;
f. het weigeren van toegang tot Nederland;
g. vertrek of uitzetting uit Nederland, of
h. uitreis uit Nederland.
2. Elke doorhaling of vervallenverklaring van een in een reis- of identiteitspapier van een vreemdeling gestelde aantekening, wordt door de ambtenaar die de doorhaling of vervallenverklaring verricht, gedateerd en van diens paraaf voorzien.