BWBR0011825
Geldig vanaf 2012-06-29
Artikel 3.57
Vreemdelingenbesluit 2000
1. De verblijfsvergunning, die met toepassing van <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/14" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 14, tweede lid, van de Wet</a>ambtshalve wordt verleend, wordt verleend met ingang van de dag na de dag waarop de machtiging tot voorlopig verblijf aan de vreemdeling in persoon is afgegeven.
2. In afwijking van het eerste lid, kan de verblijfsvergunning worden verleend met ingang van de dag die bij de afgifte van de machtiging tot voorlopig verblijf is opgegeven als de dag waarop de vreemdeling Nederland zal inreizen.
2. In afwijking van het eerste lid, kan de verblijfsvergunning worden verleend met ingang van de dag die bij de afgifte van de machtiging tot voorlopig verblijf is opgegeven als de dag waarop de vreemdeling Nederland zal inreizen.