BWBR0011825
Geldig vanaf 2012-06-29
Artikel 3.31
Vreemdelingenbesluit 2000
1. De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan onder de beperking «arbeid in loondienst» worden verleend indien geen afwijzingsgrond van toepassing is uit <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16 van de Wet</a>en de <a href="/wet/BWBR0007149/artikel/8" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikelen 8</a>en <a href="/wet/BWBR0007149/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">9 van de Wet arbeid vreemdelingen</a>, tenzij het seizoenarbeid betreft.
2. In aanvulling op het eerste lid, wordt de verblijfsvergunning slechts verleend aan de vreemdeling die arbeid voor een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie verricht of wil verrichten, indien de referent, voor zover vereist op grond van de <a href="/wet/BWBR0021777" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Handelsregisterwet 2007</a>, is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0021777/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2 van die wet</a>, en haar solvabiliteit, continuïteit en betrouwbaarheid naar het oordeel van Onze Minister voldoende is gewaarborgd.
3. De aanvraag van een langdurig ingezetene wordt niet afgewezen op grond van <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16, eerste lid, onder e of k, van de Wet</a>. Onze Minister wijst de hoofdpersoon als referent aan.
4. De verblijfsvergunning kan voorts worden verleend, aan de vreemdeling die:
a. een arbeidsverleden aan boord van een zeeschip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren of op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat heeft van ten minste zeven jaar;
b. gedurende ten minste nog een jaar beschikt over een arbeidsplaats aan boord van een schip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren of op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat, waarmee hij duurzaam voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, verwerft.
5. In andere gevallen dan bedoeld in het eerste en vierde lid, kan de verblijfsvergunning worden verleend.
6. De verblijfsvergunning kan voorts worden verleend aan een vreemdeling indien is voldaan aan het gestelde bij en krachtens <a href="/wet/BWBR0046078/artikel/2.7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.7 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022</a>, tenzij een afwijzingsgrond uit <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16 van de Wet</a>van toepassing is.
2. In aanvulling op het eerste lid, wordt de verblijfsvergunning slechts verleend aan de vreemdeling die arbeid voor een religieuze of levensbeschouwelijke organisatie verricht of wil verrichten, indien de referent, voor zover vereist op grond van de <a href="/wet/BWBR0021777" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">Handelsregisterwet 2007</a>, is ingeschreven in het handelsregister, bedoeld in <a href="/wet/BWBR0021777/artikel/2" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2 van die wet</a>, en haar solvabiliteit, continuïteit en betrouwbaarheid naar het oordeel van Onze Minister voldoende is gewaarborgd.
3. De aanvraag van een langdurig ingezetene wordt niet afgewezen op grond van <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16, eerste lid, onder e of k, van de Wet</a>. Onze Minister wijst de hoofdpersoon als referent aan.
4. De verblijfsvergunning kan voorts worden verleend, aan de vreemdeling die:
a. een arbeidsverleden aan boord van een zeeschip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren of op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat heeft van ten minste zeven jaar;
b. gedurende ten minste nog een jaar beschikt over een arbeidsplaats aan boord van een schip dat op grond van voor Nederland geldende rechtsregels gerechtigd is de vlag van het Koninkrijk te voeren of op een mijnbouwinstallatie op het continentaal plat, waarmee hij duurzaam voldoende middelen van bestaan als bedoeld in artikel 3.74, eerste lid, onder a, verwerft.
5. In andere gevallen dan bedoeld in het eerste en vierde lid, kan de verblijfsvergunning worden verleend.
6. De verblijfsvergunning kan voorts worden verleend aan een vreemdeling indien is voldaan aan het gestelde bij en krachtens <a href="/wet/BWBR0046078/artikel/2.7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.7 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022</a>, tenzij een afwijzingsgrond uit <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/16" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 16 van de Wet</a>van toepassing is.