BWBR0011825
Geldig vanaf 2012-06-29
Artikel 3.30a
Vreemdelingenbesluit 2000
1. De verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd kan worden verleend onder een beperking verband houdend met arbeid als kennismigrant aan een vreemdeling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0046078/artikel/2.1" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2.1 van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022</a>, die arbeid ten behoeve van een krachtens <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/2c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2c van de Wet</a>als referent erkende werkgever verricht of wil verrichten tenzij het overeengekomen loon naar het oordeel van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid niet marktconform is.
2. De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/2c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2c van de Wet</a>als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/2a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2a, eerste lid, van de Wet</a>heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft. In dat geval wordt de werkgever niet als referent aangewezen.
3. De aanvraag wordt afgewezen indien de vreemdeling in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming», in welk geval laatstgenoemde verblijfsvergunning ambtshalve wordt verleend, onverminderd <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/24a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 24a, derde lid, van de Wet</a>.
4. De aanvraag wordt afgewezen indien de vreemdeling onder de reikwijdte van richtlijn 2014/66/EU valt en niet in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming», tenzij de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft.
2. De aanvraag wordt niet afgewezen op de grond dat de werkgever niet krachtens <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/2c" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2c van de Wet</a>als referent is erkend of ten behoeve van het verblijf van de vreemdeling geen verklaring als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/2a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 2a, eerste lid, van de Wet</a>heeft afgelegd, indien de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft. In dat geval wordt de werkgever niet als referent aangewezen.
3. De aanvraag wordt afgewezen indien de vreemdeling in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming», in welk geval laatstgenoemde verblijfsvergunning ambtshalve wordt verleend, onverminderd <a href="/wet/BWBR0011823/artikel/24a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 24a, derde lid, van de Wet</a>.
4. De aanvraag wordt afgewezen indien de vreemdeling onder de reikwijdte van richtlijn 2014/66/EU valt en niet in aanmerking komt voor de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking «overplaatsing binnen een onderneming», tenzij de vreemdeling de Turkse nationaliteit heeft.