1. De ombudsfunctie wordt uitgeoefend door daartoe door de secretaris-generaal aangewezen ombudsfunctionarissen.
2. De directeur-generaal van de Statistiek en de directeur Personeel, Organisatie en Informatiemanagement doen ieder een voordracht voor een ombudsfunctionaris, voor het Centraal Bureau voor de Statistiek, respectievelijk het overige deel van het ministerie. De Departementale Ondernemingsraad wordt bij de selectie betrokken.
3. De aanwijzing als ombudsfunctionaris geldt voor een periode van ten hoogste 3 jaar.
De ombudsfunctionarissen hebben tot taak te bemiddelen en adviseren bij aangelegenheden met betrekking tot het werk of de werkomstandigheden, waaronder begrepen onheuse bejegening en pestgedrag.
Iedere medewerker van het ministerie, met inbegrip van bij het ministerie werkzame stagiaires en uitzend- en andere externe krachten, kan een ombudsfunctionaris om advies vragen over de in artikel 4bedoelde aangelegenheden. Indien gewenst kan de ombudsfunctionaris op verzoek van de betrokken medewerker een bemiddelende rol vervullen.
Bij aangelegenheden waartegen op grond van een andere regeling een klacht kan worden ingediend, bezwaar kan worden aangetekend of beroep kan worden ingesteld, verwijzen de ombudsfunctionarissen, indien bemiddeling naar hun oordeel niet zinvol is, de medewerker door naar de daartoe bevoegde functionaris of instantie.
De ombudsfunctionarissen brengen jaarlijks gezamenlijk voor 1 maart aan de secretaris-generaal en aan de Departementale Ondernemingsraad een geanonimiseerd verslag uit over het aantal behandelde aangelegenheden, de aard daarvan, de spreiding per dienstonderdeel, de bereikte oplossingen en, in voorkomende gevallen, de strekking van de gegeven adviezen.