1. Als leden van de commissie worden benoemd:
a. drs. R.IJ.M. Kuipers, tevens voorzitter;
b. de heer P.A. Schoormans;
c. mevrouw drs. K. Kuiper;
d. de heer drs. E. Tasma;
e. de heer drs. M. Kastelein;
f. de heer drs. E.R. Haket;
g. de heer mr. M.J.P.M. Kieviet;
h. de heer mr. drs. P. Pronk;
i. de heer drs. C. Kortleve.
2. Als plaatsvervangende leden van de commissie worden benoemd:
a. de heer drs. P.J.L. van Rintel, ter vervanging van het lid, genoemd in het eerste lid, onder b;
b. de heer mr. J.G.S. Warmerdam, ter vervanging van het lid, genoemd in het eerste lid, onder c;
c. de heer drs. C.C.H.J. Driessen, ter vervanging van het lid, genoemd in het eerste lid, onder d;
d. de heer drs. P. Kroon, ter vervanging van het lid, genoemd in het eerste lid, onder e;
e. de heer J.S. Vroon, ter vervanging van het lid, genoemd in het eerste lid, onder f;
f. mevrouw mr. M.L. de Vroom, ter vervanging van het lid, genoemd in het eerste lid, onder g;
g. de heer mr. G.N.C. Corino, ter vervanging van het lid, genoemd in het eerste lid, onder h;
h. de heer drs. C.M.F. Burger, ter vervanging van het lid, genoemd in het eerste lid, onder i.
3. Als secretarissen van de commissie worden aangewezen de heer drs. M.H.W. Rovers en de heer drs. M. Holling.