De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter ontvangen een vaste beloning als bedoeld in
artikel 3 van het Vacatiegeldenbesluit 1988(Besluit van 18 april 1988, Stb. 1988, nr. 205), alsmede een vergoeding voor reis- en verblijfskosten conform de toepasselijke regelingen voor dienstreizen.