1. Op verzoek van het in artikel 7, eerste lid, bedoelde provinciebestuur reserveert de minister een door het provinciebestuur aan te geven deel van het toepasselijke subsidieplafond ten behoeve van de verlening van subsidies op basis van bestaande subsidiekaders aan natuurlijke en rechtspersonen, niet zijnde de mogelijke ontvangers van een subsidie als bedoeld in paragraaf 2van deze regeling, waarvan de verlening voor de uitvoering van het pilotproject door het provinciebestuur in het bijzonder aangewezen wordt geacht.
2. Een reservering als bedoeld in het eerste lid heeft uitsluitend betrekking op subsidies die ingevolge het toepasselijke bestaande subsidiekader volledig kunnen worden vastgesteld en uitbetaald voor 31 december 2002.
3. Op verzoek van het in artikel 7, eerste lid, bedoelde provinciebestuur reserveert de minister een door het provinciebestuur aan te geven deel van het toepasselijke subsidieplafond ten behoeve van de verwerving van gronden door het Bureau beheer landbouwgronden, bedoeld in
artikel 28 van de Wet agrarisch grondverkeer.