Aan de medewerker die scholing op eigen initiatief gaat volgen, wordt op zijn aanvraag een vergoeding van 50 procent toegekend van de volgende scholingskosten:
a. lesgelden en inschrijvingskosten;
b. examengelden;
c. kosten van verplicht studiemateriaal.
1. Aan de in artikel 2bedoelde medewerker kan, tenzij het belang van een goede dienstuitoefening zich daartegen verzet, volgens de onderstaande tabel scholingsverlof met behoud van bezoldiging worden verleend:
[tabel]
2. Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kan scholingsverlof worden verleend op de dag, waarop wordt deelgenomen aan een examen.
3. Ter voorbereiding op een examen kan bovendien scholingsverlof worden verleend voor ten hoogste vijf halve dagen per jaar.
Uiterlijk een maand voor de aanvang van de scholing dient de medewerker een aanvraag om scholingsfaciliteiten via zijn direct leidinggevende in bij het hoofd van dienst, met gebruikmaking van het formulier dat is vastgesteld in bijlage 1 bij deze regeling.
1. Als er twijfel bestaat of de medewerker die op eigen initiatief scholing heeft aangevraagd die scholing met goed gevolg zal kunnen afronden, wint het hoofd van dienst daarover advies in bij een deskundige.
2. Als de deskundige negatief adviseert, beslist het hoofd van dienst afwijzend op de aanvraag.
1. Faciliteiten voor scholing die meer dan een jaar duurt worden telkens voor één studiejaar toegekend.
2. De medewerker die scholing als bedoeld in het eerste lid volgt, dient na elk studiejaar opnieuw een aanvraag om scholingsfaciliteiten in. De aanvraag gaat vergezeld van een verklaring van het betrokken opleidingsinstituut, waaruit de studieresultaten van het voorgaande studiejaar blijken.
3. Het hoofd van dienst beslist afwijzend op de aanvraag als de studieresultaten van de medewerker in het voorgaande studiejaar onvoldoende waren, of als een zo grote vertraging in de studie is opgetreden, dat de studie niet binnen een redelijke tijd kan worden voltooid.
4. Het derde lid is niet van toepassing als de medewerker ten genoege van het hoofd van dienst aannemelijk maakt dat hem terzake geen verwijt treft.
De medewerker aan wie scholingsfaciliteiten zijn toegekend, informeert zijn direct-leidinggevende over de voortgang van de scholing op de door die leidinggevende vooraf aangegeven tijdstippen.
1. De medewerker is verplicht tot terugbetaling van de hem toegekende vergoeding van de scholingskosten:
a. bij onvoldoende resultaat in de scholing en bij tussentijds afbreken van de scholing, indien dit aan zijn eigen schuld of toedoen is te wijten;
b. bij ontslag voordat de scholing is afgerond;
c. bij ontslag binnen drie jaar na het met voldoende resultaat afronden van de scholing.
2. In de in het eerste lid, onder a en b, bedoelde gevallen is de medewerker verplicht de toegekende vergoeding volledig terug te betalen. In het onder c bedoelde geval is hij verplicht voor elke maand die na afronding van de scholing nog ontbreekt aan de termijn van drie jaar, 1/36 deel terug te betalen.
3. Het eerste lid, onder b en c, is niet van toepassing als:
a. de medewerker binnen een maand na zijn ontslag elders binnen de rijksdienst in dienst treedt of aansluitend aan zijn ontslag recht heeft op een uitkering op grond van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid of ouderdomspensioen;
b. de scholing gericht was op een loopbaan buiten het ministerie.
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling faciliteiten scholing op eigen initiatief medewerkers EZ.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlage, die ter inzage wordt gelegd. Van deze terinzagelegging zal mededeling worden gedaan in de Staatscourant.