BWBR0011353
Geldig vanaf 2012-12-20
Artikel 8.18
Wet inkomstenbelasting 2001
1. De alleenstaande ouderenkorting geldt voor de belastingplichtige indien hij in het kalenderjaar in aanmerking komt voor een uitkering als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/9" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet</a>, of daarvoor in aanmerking zou komen indien hij zou voldoen aan de voorwaarde van <a href="/wet/BWBR0002221/artikel/7" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Ouderdomswet</a>.
2. De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 531.
2. De alleenstaande ouderenkorting bedraagt € 531.