BWBR0011353
Geldig vanaf 2012-12-20
Artikel 6.20
Wet inkomstenbelasting 2001
1. Uitgaven voor specifieke zorgkosten worden in aanmerking genomen voor zover zij samen, na toepassing van de verhoging ingevolge artikel 6.19, meer bedragen dan:
a. indien het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek € 9.534 niet te boven gaat: € 164;
b. indien het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek € 9.534 te boven gaat, maar € 50.635 niet te boven gaat: 1,65% van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek;
c. indien het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek € 50.635 te boven gaat: de som van 1,65% van € 50.635 en 5,75% van het gedeelte van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek dat € 50.635 te boven gaat.
2. Indien de belastingplichtige gedurende het gehele jaar een partner heeft, worden de uitgaven voor specifieke zorgkosten samengevoegd en geldt voor de toepassing van het eerste lid het gezamenlijke bedrag van de verzamelinkomens van de belastingplichtige en zijn partner vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek en wordt in het eerste lid, onderdeel a en onderdeel b, het bedrag van € 9.534 vervangen door € 19.068 en wordt in het eerste lid, onderdeel a, het bedrag van € 164 vervangen door € 328. De eerste volzin is ook van toepassing indien de belastingplichtige op grond van artikel 2.17, zevende lid, eerste volzin, geacht wordt het gehele kalenderjaar een partner te hebben gehad.
a. indien het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek € 9.534 niet te boven gaat: € 164;
b. indien het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek € 9.534 te boven gaat, maar € 50.635 niet te boven gaat: 1,65% van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek;
c. indien het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek € 50.635 te boven gaat: de som van 1,65% van € 50.635 en 5,75% van het gedeelte van het verzamelinkomen vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek dat € 50.635 te boven gaat.
2. Indien de belastingplichtige gedurende het gehele jaar een partner heeft, worden de uitgaven voor specifieke zorgkosten samengevoegd en geldt voor de toepassing van het eerste lid het gezamenlijke bedrag van de verzamelinkomens van de belastingplichtige en zijn partner vóór toepassing van de persoonsgebonden aftrek en wordt in het eerste lid, onderdeel a en onderdeel b, het bedrag van € 9.534 vervangen door € 19.068 en wordt in het eerste lid, onderdeel a, het bedrag van € 164 vervangen door € 328. De eerste volzin is ook van toepassing indien de belastingplichtige op grond van artikel 2.17, zevende lid, eerste volzin, geacht wordt het gehele kalenderjaar een partner te hebben gehad.