BWBR0011353
Geldig vanaf 2012-12-20
Artikel 5.16a
Wet inkomstenbelasting 2001
1. Als aanbieder van een nettolijfrente kan optreden:
a. een verzekeraar als bedoeld in artikel 3.126, eerste lid, onderdelen a, onder 1°, b, c en d;
b. een bank, beleggingsonderneming of beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3.126a, tweede lid.
2. Een aanbieder als bedoeld in het eerste lid die naast een nettolijfrente tevens een lijfrente als bedoeld in afdeling 3.7uitvoert of tevens optreedt als verzekeraar van een pensioenregeling in de zin van de <a href="/wet/BWBR0002471" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstukken IIB</a>en <a href="/wet/BWBR0002471" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">VIII van de Wet op de loonbelasting 1964</a>of artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden ter voorkoming van vermenging met vermogen ten behoeve van een nettolijfrente.
a. een verzekeraar als bedoeld in artikel 3.126, eerste lid, onderdelen a, onder 1°, b, c en d;
b. een bank, beleggingsonderneming of beheerder van een beleggingsinstelling als bedoeld in artikel 3.126a, tweede lid.
2. Een aanbieder als bedoeld in het eerste lid die naast een nettolijfrente tevens een lijfrente als bedoeld in afdeling 3.7uitvoert of tevens optreedt als verzekeraar van een pensioenregeling in de zin van de <a href="/wet/BWBR0002471" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">hoofdstukken IIB</a>en <a href="/wet/BWBR0002471" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">VIII van de Wet op de loonbelasting 1964</a>of artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen voorwaarden ter voorkoming van vermenging met vermogen ten behoeve van een nettolijfrente.