BWBR0011353
Geldig vanaf 2012-12-20
Artikel 10a.26
Wet inkomstenbelasting 2001
1. Voor de toepassing van de artikelen 1.2, 1.73.13, 3.82, 3.83, 3.100, 3.106, 3.107, 3.126, 3.127, 3.133, 3.135, 3.136, 3.146, 5.17en 7.2, <a href="/wet/BWBR0002672/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969</a>, <a href="/wet/BWBR0002226/artikel/32" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 32 van de Successiewet 1956</a>en <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/30i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 30i van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>en de op die artikelen berustende bepalingen wordt onder een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, mede verstaan een pensioenregeling als bedoeld in artikel 10.11zoals dat luidde op de dag voorafgaand aan het bij koninklijk besluit bepaalde tijdstip, bedoeld in artikel XV.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de afwikkeling van reeds opgebouwde pensioenen op grond van een pensioenregeling als bedoeld in het eerste lid.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de afwikkeling van reeds opgebouwde pensioenen op grond van een pensioenregeling als bedoeld in het eerste lid.