BWBR0011353
Geldig vanaf 2012-12-20
Artikel 10.11
Wet inkomstenbelasting 2001
1. Voor de toepassing van de artikelen 1.2,1.7, 3.13, 3.18, 3.27, 3.82, 3.83, 3.95, 3.100, 3.106, 3.107, 3.126, 3.127, 3.133, 3.135, 3.136, 3.146, 5.16a, 5.17, 7.2, 10.8en 10a.24, <a href="/wet/BWBR0002672/artikel/5" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 5 van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969</a>, <a href="/wet/BWBR0002226/artikel/32" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 32 van de Successiewet 1956</a>en <a href="/wet/BWBR0002320/artikel/30i" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 30i van de Algemene wet inzake rijksbelastingen</a>, en de op die artikelen berustende bepalingen wordt onder een pensioenregeling als bedoeld in artikel 1.7, tweede lid, onderdeel b, mede verstaan een pensioenregeling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/150a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 150a van de Pensioenwet</a>, waarbij wordt verstaan onder dienstjaar: jaar waarin wordt deelgenomen in een pensioenregeling op grond van artikel 150a van de Pensioenwet.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt voor de toepassing van artikel 3.18, vierde lid, onderdeel d, op een pensioenregeling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/150a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 150a van de Pensioenwet</a>het pensioengevend loon bepaald op basis van de inkomensbestanddelen, genoemd in artikel 3.18, vierde lid, onderdeel d, in het eerste kalenderjaar voorafgaande aan het dienstjaar, bedoeld in het eerste lid.
2. In afwijking in zoverre van het eerste lid wordt voor de toepassing van artikel 3.18, vierde lid, onderdeel d, op een pensioenregeling als bedoeld in <a href="/wet/BWBR0020809/artikel/150a" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 150a van de Pensioenwet</a>het pensioengevend loon bepaald op basis van de inkomensbestanddelen, genoemd in artikel 3.18, vierde lid, onderdeel d, in het eerste kalenderjaar voorafgaande aan het dienstjaar, bedoeld in het eerste lid.