1. De directeur kan aan personen als bedoeld in
artikel 32, vierde lid, van de wet, anders dan bedoeld in artikel 2, volmacht verlenen het bureau in en buiten rechte te vertegenwoordigen ten aanzien van in de volmacht genoemde aangelegenheden.
2. De volmacht, bedoeld in het eerste lid, behoeft instemming van de Minister en wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.